EUROPLANT kweekt succes

Kweken van een nieuw aardappelras is de basis voor het succes

Succesvol kweekwerk betekent dat we vandaag moeten weten wat de markt morgen wil.

Samen met onze collega’s van Böhm-Nordkartoffel Agrarproduktion GmbH & Co. OHG (BNA) en hun kweekpartners, ontwikkelen we aardappelrassen die kunnen concurreren in nationale en internationale markten.

Bij de drie BNA kweekstations in Kaltenberg (Beieren), Ebstorf (Nedersaksen) en Böhlendorf (Mecklenburg-Voor-Pommeren), worden combinaties gekruist om jaarlijks meer dan 1.000 nieuwe genetische varianten te produceren. BIOPLANT is als biotechnologisch centrum verantwoordelijk voor het basis onderzoek.

De belangrijkste doelen voor het moderne aardappel kweekwerk zijn inzet voor gezonde voeding, milieuvriendelijke productie en bescherming van natuurlijke hulpbronnen.

EUROPLANT rassen worden traditioneel gekweekt met behulp van conventionele kweektechnieken van niet-genetisch gemodificeerde kruisingspartners.

Door de nauwe samenwerking met de wetenschappelijke expertise van BIOPLANT en de uitgebreide kweekkennis van BNA, zijn we al jaren toonaangevend in onze sector.

 

Research & Development

Het aanpassen en optimaliseren van ons kweekwerk

Door verandering van markt- en consumentenwensen, is ons rassenpakket continue in ontwikkeling.

Alle inspanningen op het gebied van research en development zijn gericht op het optimaliseren van het rassenpakket dat wij aanbieden.

Ontwikkelingen kweekwerk

We selecteren alleen het beste

Böhm-Nordkartoffel Agrarproduktion GmbH & Co. OHG (BNA) maakt meer dan 1.000 kruisingen per jaar. De eerste kruisingen bestaan uit ouder-planten geselecteerd uit een grote genenpool van kweekmateriaal en internationaal beschikbare rassen. De ouder-planten worden met elkaar gekruist met het oog op de gewenste kwaliteit en de verdere kweekdoelen.

Het kweken en het selectieproces van een nieuw ras kosten ongeveer tien jaar. Gedurende deze tijd worden de nieuwe rassen getest op meer dan veertig kenmerken. Naast de uiterlijke knolkenmerken en de loofbeoordeling, worden opbrengstmetingen en kwaliteitstoetsen voor de verschillende gebruiksdoelen uitgevoerd.

Het selectieproces begint met meer dan 300.000 zaden, die uitgroeien tot kleine zaailingen in kassen. Elk van deze zaailingen heeft een ander genotype en kan een potentieel nieuw ras worden. In de loop van de jaren neemt het aantal zaailingen enorm af als resultaat van de jaarlijkse selectie. Na acht jaar zijn er nog maar een handvol kandidaten over die doorgaan naar de volgende stap, de officiële testen voor toelating op de nationale rassenlijst.  Na toelating op de nationale lijst kan het nieuwe ras commercieel worden verhandeld.

BNA heeft drie kweekbedrijven in verschillende delen van Duitsland en één in de VS.

  • Böhlendorf – Mecklenburg-Voor-Pommeren
  • Ebstorf – Nedersaksen
  • Kaltenberg – Beieren
  • Idaho Falls - VS

De volgende kweekbedrijven van onze aangesloten kwekers maken onze kweekactiviteiten compleet

  • Dr. R.J. Mansholt’s Veredelingsbedrijf (Nederland)
  • Zuchtbetrieb R. Jacobs (Duitsland)
  • Saatzucht Berding (Duitsland)
  • Saatzucht Pohl (Duitsland)
  • Sativa Kerkov (Tsjechië)

Op 40 beproevingslocaties testen we de geschiktheid van onze nieuwe kweeklijnen.

Huidige moleculaire biologie technieken zijn een integraal deel van het kweekproces.

  • De in-vitro cultuur – vormt de belangrijkste techniek van het onderhouden en snel vermeerderen van onze aardappelrassen
  • ELISA-test – een immunobiologische procedure voor het ontdekken van aardappel virusziekten
  • PCR-techniek – zorgt voor snelle identificatie van rassen of kweeklijnen door de genetische vingerafdruk en ook het onderzoeken van kweekmateriaal op infecties door verschillende ziekteverwekkers.

Instandhoudingsselectie

gezond en goed presterend pootgoed is essentieel

Gezond en vitaal uitgangsmateriaal is de basis voor een hoogwaardige pootaardappelproductie. Van nature is er een hoog potentieel risico op ziekteoverdracht bij het vermeerderingsproces. Met de ontwikkeling van bio-engineeringtechnieken zijn er nieuwe ontwikkelingen op het gebied van natuurlijke veredeling ontstaan. Enkele planten vormen niet langer de basis van de pootaardappel productie. Deze zijn vervangen door planten uit reageerbuizen, zogenaamde in-vitro planten, die in ons laboratorium van BIOPLANT groeien. Bij BIOPLANT worden knollen van ziektevrij en traditioneel kweekmateriaal gebruikt voor het creëren van weefselculturen. De toppen van de spruiten van deze knollen worden eerst gedesinfecteerd en vervolgens gekweekt in reageerbuizen met specifieke voedingsmedia onder steriele omstandigheden. Een paar weken later ontwikkelen zich kleine planten in de reageerbuizen.

Voor vermeerderingsdoeleinden worden de planten in twee of drie stukken gesneden onder steriele omstandigheden – elk deel moet minstens één blad vertonen, want de bladoksel bevat een rustknop, die zich ontwikkelt tot een nieuwe scheut. Deze techniek heeft als voordeel dat de vermeerdering heel snel gaat en dat het gedurende het hele seizoen beschikbaar is. Elk jaar levert het BIOPLANT laboratorium meer dan 450.000 in-vitro planten voor onze pre-basis bedrijven.